Tuesday, May 9, 2017

Verkracht en toch je kind behouden? (column De Standaard, 090517)

Verkracht en toch je kind behouden?

Het was een kort maar opmerkelijk bericht in de weekendkrant: een door verkrachting zwanger gemaakt meisje besluit haar kind te houden (DS 6 mei). De jonge moeder is bovendien minderbegaafd. Ze woont nu thuis bij haar ouders die haar zullen bijstaan in de opvoeding.
Tot daar het bericht. Ik heb het vele malen herlezen om haar dilemma in te schatten. Verkrachting is een verschrikkelijke daad. Als man is het onmogelijk om te weten wat verkrachting voor een vrouw betekent. En misschien is dat zelfs zo voor iedereen die niet verkracht is, vrouwen incluis. Met verkrachting wordt een plaats van genot en intimiteit omgezet in een blijvende herinnering aan bruut geweld en pijn. Met dergelijk leed – het leed van een ander – kun je meeleven, maar je bent nooit echt een ander. Hoogstens voel je mee. Dat gevoel kan zeer intens zijn, maar daarmee houdt het op. Hoe goedbedoeld ook, de slogan je suis … is onvermijdelijk een leugen.
Ik kan meeleven met dat meisje, maar ik weet totaal niet wat ze voelt of wat het betekent om van een kind te bevallen dat het resultaat is van bruut geweld. Niet alleen moet de verkrachting een vreselijk lot om te dragen zijn, een zwangerschap als gevolg daarvan maakt het nog vele malen zwaarder. Dat vrouwen bij een zwangerschap na verkrachting opteren voor abortus lijkt me wiedes: in de ogen van je kind wil je niet de herinnering aan absolute gruwel ontwaren.
Hoe goed­bedoeld ook, de slogan ‘je suis’ … is onvermijdelijk een leugen
Maar dit meisje maakt een andere keuze. Ze is bevallen en zal het kind opvoeden, samen met haar ouders. Zo’n beslissing stuit bij velen op ongeloof en verontwaardiging, ook al wegens de factor minderbegaafdheid, die mogelijk het opvoedingsproces extra lastig zal maken. Zulke omstandigheden lijken vooral een pleidooi te zijn om het kind niet te behouden.
Niettemin loont het de moeite om niet zomaar ons intuïtieve oordeel te volgen. Wie kan met de hand op het hart zeggen wat in zo’n geval het juiste besluit is? Laten we daarom in deze het tegendeel doen van hoe verontwaardiging doorgaans via sociale media naar buiten komt, want wie meteen verontwaardigd is, oordeelt nog voor hij heeft nagedacht. Nadenken begint pas nadat je hebt getwijfeld aan je eigen oordeel. Daartoe wil ik een beroep doen op een idee dat Edmund Husserl, de grondlegger van de fenomenologie, als methode gebruikte: epochè, of, ons oordeel opschorten.
Hoewel oorspronkelijk in een heel andere context gebruikt, wil ik het hier inzetten om te pleiten voor terughoudendheid in spontaan oordelen over een ander. Misschien zal dit kind in zeer moeilijke omstandigheden opgroeien, we kunnen niet uitsluiten dat het slecht zal verlopen. Daar bestaan getuigenissen van. In januari berichtte The Daily Mail er nog over. Het haalde daarbij vooral verhalen aan van het online platform Whisper. Daar kun je de meest uiteen­lopende statements lezen van vaak piepjonge vrouwen die na een verkrachting zwanger waren. Bij de vrouwen die niet tot abortus zijn overgegaan, valt op dat een aantal er toch in slaagt het kind met liefde te omarmen en die zorg zelfs te beschouwen als een overwinning op hun verkrachter. Maar evident is het nooit.
Daarmee suggereer ik niets. Het is nooit zonder meer goed of slecht om een kind te behouden, laat staan dat je tot een algemene stelregel zou kunnen overgaan. Ik pleit daarom nergens voor, behalve voor het recht op een persoonlijke beslissing, een gedegen maatschappe­lijke omkadering ervan en mildheid in ons oordeel over de ander. Een omkadering betekent niet dat een overheid zich het recht toe-eigent om zomaar beslissingen aan het individu te onttrekken. Dat zou ons terugbrengen in een paternalisme dat al lang de wereld uit had moeten zijn. Natuurlijk doen ­vele mensen wat niet goed is voor hen, maar beeld je eens een overheid in die ons moet behoeden voor alle dwaze beslissingen. In Noord-Korea weten ze er alles van.
Tegelijk is autonomie nooit absoluut en een van de moeilijkste kwesties blijft de vraag wanneer een overheid het recht heeft om mensen tegen zichzelf te beschermen. De vraag rijst bij vele medisch-ethische vraagstukken: anticonceptie verplichten omdat ouders hun kinderen verwaarlozen, ouders die weigeren hun kinderen te laten inenten. Telkens stuiten we op hetzelfde dilemma: welke graad van zelfvernietiging laten we toe? Als maatschappij tolereren we, bijvoorbeeld, dat mensen zich kapot­roken, werken, drinken of rijden. Dat is een lastige gedachte, maar bij opvoeding is het allemaal nog veel complexer. Om de eenvoudige reden dat we vooraf nooit weten hoe een beslissing uitpakt. En dus hebben we te leven met die onzekerheid. Of positief, met de hoop dat het zo goed mogelijk zal uitdraaien.
Ziedaar de moeilijke opgave als samenleving: mensen in staat stellen om voor zichzelf goeie keuzes te maken, terwijl we zelf nooit volledig weten welke ze zijn.

No comments:

Post a Comment