Mijn column van 28 februari 2017 in De Standaard: over ouderdom, De Ballade van Narayma en Franse colère

Het regent oude wijven, maar wie houdt de paraplu hoog?

Het viel wat tussen de plooien van geluidsnormen en politieke transparantie, maar vorige week verscheen een bijzonder bericht: als het wat meevalt – of tegenzit – zouden Zuid-Koreaanse vrouwen in 2030 als eerste de gemiddelde levensverwachting van negentig jaar bereiken. Daarna zullen andere landen volgen. Dat wijst een recent onderzoek uit onder leiding van Majid Ezzati, verbonden aan het Imperial College in Londen, en gepubliceerd in The Lancet.
Gemiddeld negentig jaar. Dan ben je pas een besje op je honderdste of zo. Fijn, maar hoe gaan we daarmee om? In onze samenleving hangt je sociale status vast aan je job. Geen werk, geen identiteit, geen activiteit, zo lijkt het wel. Wie je bent, is wat je doet. Daarom is met pensioen gaan ook veel meer dan het stopzetten van betaalde arbeid. Je verliest je identiteit en je sociale erkenning. Daarom zeggen zo veel gepensioneerden er snel bij dat ze nog actief zijn. Zomaar op rust zijn, staat niet goed. Je moet bezig blijven om nog iemand te zijn, zo niet is het afgelopen met je.
In De ballade van Narayama, de film van Shohei Imamura uit 1983, wordt dat vrij letterlijk geïnterpreteerd. Wanneer oude mensen niet langer van nut zijn voor de gemeenschap, moeten ze naar de berg Nara wegtrekken om er alleen te sterven. Alleen zo kan de gemeenschap iedereen van voldoende voedsel voorzien. Wie niets bijdraagt, is niets waard.
We duwen ouderen bij hun pensioen brutaal aan de kant, terwijl ze juist dan op hun best zijn
Zover drijven wij het niet. Wij vergoeden gepensioneerden – het Latijnse pensio betekent uitbetaling. Toch zit er iets grondig fout in onze kijk op ouderdom. We moeten af van het idee dat gepensioneerde mensen tot niets meer in staat zouden zijn. Alsof je boven je 67ste per definitie een bedlegerige luierconsument bent. Dat word je misschien als hoogbejaarde, maar zeker niet daarvoor.
Ouderen dragen met hun ervaring een pak wijsheid mee. Dat verdient een betere plaats dan nu. Uit schrik om van jongere collega’s het werk af te nemen of omdat ze te duur zijn, duwen we ouderen bij hun pensioen brutaal aan de kant. Terwijl ze juist dan op hun best zijn: ze hebben tonnen ervaring en nog de energie om advies te geven, bij te sturen of te organiseren. Elke organisatie heeft er baat bij om er gebruik van te maken.
Een bijdrage kunnen leveren is natuurlijk niet hetzelfde als er altijd te moeten staan. Recht hebben op rust is cruciaal. Veel senioren zijn blij niet meer de hele tijd te moeten werken, vanwege fysieke, psychische of sociale redenen. Maar tussen ‘recht op’ en ‘plicht tot’ ligt een zee van mogelijkheden. Waarom erkennen we niet formeel dat ouderen vaak helemaal niet passief zijn en bijzonder veel taken opnemen? Ze besturen vzw’s en beheerraden (zeker nu, met de vele politieke vacatures, zullen we ze hard nodig hebben), ze zorgen voor kleinkinderen en voor stokoude mensen, ze houden de economie draaiende door hun geld te spenderen en ze nemen vrijwilligerswerk op zich. Daar mag best iets tegenover staan.
Behalve financiële en sociale redenen om mensen te erkennen in wat ze doen, is er ook een existentiële behoefte waaraan we niet mogen voorbijgaan. Handelen doe je nooit voor jezelf alleen. Hoe zinvol je activiteit ook, indien niemand erkent wat je doet, ontstaat algauw het idee dat wat je doet waardeloos is, of – nog erger – dat je zelf nutteloos bent. Deel uitmaken van een sociaal netwerk is doorslaggevend om een zinvol leven te leiden. Met anderen bijeenkomen is cruciaal, maar laat het dan vooral meer zijn dan het doden van de verveling. Je bezighouden is niet hetzelfde als iets te doen hebben. Alleen wie niets meer te doen heeft, moet worden beziggehouden en dat werkt aderverkalking in de hand.
Elke samenleving is gebaat bij mensen die een bepaalde tijdspanne kunnen overschouwen en de waan van de dag tegengaan. Wie ouder is, kan doorgaans dingen beter in perspectief plaatsen. Dat hoeft niet gelijk te staan met berusting of met het idee je bij de dingen te moeten neerleggen. Op woede en verontwaardiging staan geen leeftijd. Zoals de Franse filosoof Jean-Luc Nancy ergens schrijft: ‘Parfois, il faut la colère.’ Of denk aan het essay Neem het niet! dat Stéphane Hessel op hoge leeftijd heeft geschreven. Hessel riep op tot verontwaardiging over de gang van zaken in onze samenleving. Het werd een internationale bestseller. Of herinner je de vraag die de 85-jarige Jan Terlouw ons onlangs voorlegde in De wereld draait door: waarom vertrouwen we elkaar niet meer? Zo’n belegen vraag stel je misschien niet op je 25ste, maar dát ze gesteld wordt, is een harde noodzaak voor ons allemaal.

Comments

Popular posts from this blog

debatten en interviews over Het Empathisch teveel

Hopen uit uitsterven: column in de Standaard van 06/06/2017