Column De Standaard 140217 over Ethische mist in de politiek

Ethische mist

In feite had dit stuk over iets anders moeten gaan. Maar dan is er die ongemeen dwingende actualiteit, over schimmige geldconstructies. En dat in de stad die me zo dierbaar is.
Sinds ik de politieke actualiteit volg, heb ik altijd politici verdedigd tegen de gemeenplaats dat het allemaal zakkenvullers zijn. Vooreerst omdat het gewoon niet klopt, maar bovenal omdat ik principieel geloof in de oprechtheid van hard werkende mensen die zich engageren voor een publiek ambt. Dat ambt mag best goed worden betaald. In vergelijking met ceo’s of andere topkaderfuncties zijn politici zeker niet over­betaald. Dus bij discussies over loon­opslag voor politici heb ik altijd princi­pieel pro gepleit, tegen gemakzuchtige populisten in. Tenslotte wil je niet dat onverlaten de samenleving besturen. En hier en daar een beetje bijverdienen, lijkt mij evenmin problematisch. Zolang er geen belangenconflicten optreden en het om zaken gaat die je echt en zelf hebt gedaan.
Evenmin ga ik mee in de goedkope redenering dat je als socialist arm moet zijn om je job goed te doen. Het is niet omdat je streeft naar een rechtvaardige verdeling van middelen, dat je er zelf geen mag hebben. Dat sommigen nu vanop de oppositiebanken zeer luid roepen over graaicultuur, maar tegelijk een veelvoud verdienen van de betrokken schepen en zelf ook meerdere ambten combineren, is potsierlijk.
Zolang sommigen blijven redeneren dat alles wat niet wettelijk verboden is, toegestaan is, zal het schandalen blijven regenen
Vervolgens snap ik zeer goed dat, om een middelgrote stad zoals Gent te besturen, je als politicus een breed vertakt netwerk nodig hebt om investeerders aan te trekken. Dan beland je weleens op een dure boot of een uit de hand gelopen receptie om mensen aan te spreken of interesse te wekken. Zelfs al kan en moet over dit soort zaken nog veel transparanter worden gecommuniceerd, het hoort er altijd een beetje bij. En mochten politici nooit meer present geven op feestjes en plechtigheden, we zouden ze verwijten dat ze elitaire kwibussen zijn die zich te goed achten voor het gewone volk.
Enkele lichtgrijze zones horen er nu eenmaal een beetje bij. Dat beseft iedereen die in een machtsfunctie staat. Soms heb je weleens tijdelijk een achterkamer nodig om iets te bespreken in functie van een hoger belang. Onderhandelingen voer je niet met de webcam erbij. Maar principieel moet daarna elke beslissing in volle daglicht worden onderworpen aan het democratische debat. En mag er niets aan de handen blijven kleven.
Er is dus wel wat marge. Maar er zijn ook principes. Of beter, er zouden principes moeten zijn en jawel, misschien zouden sociaaldemocratische politici zich daarmee wel wat mogen onderscheiden van de rest. Tenslotte is voor hen de strijd voor rechtvaardigheid in de samenleving een principiële zaak. En principes zijn een zaak van ethiek.
In 2010 hield Transparancy International een enquête bij Belgische politici over ethiek in de politiek. Van de toenmalige kandidaten bij de parlementsverkiezingen die eraan deelnamen, sympathiseerde een grote meerderheid met de roep voor meer ethiek in de politiek: meer duidelijkheid over mandaten, meer transparantie, meer strijd tegen corruptie, dat soort zaken. En zeker, een en ander is ten goede veranderd, maar blijkbaar zijn er nieuwe schimmige zones ontstaan.
Natuurlijk zal nu weer geroepen worden om wettelijke maatregelen die dit soort zaken ongedaan moeten maken. Maar daarmee (alleen) schieten we geen moer op. Ethiek gaat niet om wat wettelijk is toegestaan, maar om de vraag wat we aanvaardbaar vinden. Indien politici zelf niet tot die cultuuromslag komen, blijven ze wandelen in de ethische mist en laten ze de grenzen van de aanvaardbaarheid samenvallen met wat nog niet is veroordeeld of naar buiten is gebracht. Vooral daar knelt het schoentje. Zolang sommigen blijven redeneren dat alles wat niet wettelijk verboden is, toegestaan is, zal het schandalen blijven regenen.
Om meer ethiek in de politiek binnen te halen, moeten we niet wachten op wetgeving. We kunnen het gewoon doen. Ook nu. De opdracht is hopeloos eenvoudig: maak schoon schip, wees transparant en bestuur verder op een andere leest; en discussieer niet over de vraag waarom iemand zo lang heeft gewacht om uit een constructie als Publipart te stappen, maar over de vraag waarom een stad als Gent er überhaupt is ingestapt.
Zoals gezegd, het gaat er niet om dat politici roomser dan Rome moeten zijn en evenmin dat ze geen spaarcentje mogen bijverdienen. Maar stop met cumuleren en jongleren met mandaten en zitpenningen, breng de vuile was uit het verleden zelf naar buiten en plaats de grijze zones in het volle daglicht. Zo kunnen we allemaal meekijken en beslissen wat we aanvaardbaar vinden. Zoiets heet democratie.
Ignaas Devisch doceert medische filosofie en ethiek 

Comments

Popular posts from this blog

debatten en interviews over Het Empathisch teveel

Hopen uit uitsterven: column in de Standaard van 06/06/2017