Tuesday, January 3, 2017

Mijn 'kerststukje' in de Standaard, over de tragische moord op een schrijfster




Een township in Kaapstad. blg

Winnie Rust, ’n storie wat vertel moet word

Een arme zwarte jongen in Zuid-Afrika wordt geholpen door een rijke blanke vrouw, maar plots doodt hij haar. Komt het ooit nog goed met de regenboognatie? Ignaas Devisch denkt van wel.

Wie? Doceert medische filosofie en ethiek aan de UGent en de Artevelde­hogeschool en is ­columnist van deze krant.
Wat? Alleen als er politieke leiders opstaan die het landsbelang boven dat van hun portefeuille stellen, zullen zwarte kinderen het werk van Winnie Rust leren kennen.
In mei van dit jaar werd op klaarlichte dag in Wellington, Zuid-Afrika, de blanke Zuid-Afrikaanse schrijfster Winnie Rust (76) op vreselijke wijze thuis vermoord. Boven lag haar man te slapen. De daders waren twee zwarte mannen, Nigel Plaatjies (18) en zijn oom Johannes Plaatjies (34).
Ook deze moord werd geduid als een kleurenkwestie, dat is onvermijdelijk in Zuid-Afrika. Vóór de moord stond het verhaal van Winnie Rust en Nigel Plaatjies nochtans symbool voor de hoop van de regenboognatie: een arme zwarte jongen die door een vermogende blanke vrouw wordt gesteund, zodat hij op de sociale ladder kan klimmen en zijn familie een duwtje in de rug kan geven.
En dan dit. Is daarmee opnieuw alle hoop vervlogen dat het ooit goed komt met dit land? Dat zou veel te kort door de bocht zijn.
Ondanks de overheid en het geweld proberen de Zuid-Afrikanen toch vooruit te komen 
Aanvankelijk leek het duidelijk: oom Johannes had zich in zijn leven vooral bekwaamd in het opbouwen van een crimineel cv, waardoor algauw gezegd werd dat hij zijn jongere neef Nigel gepusht had om hem te helpen bij de moord, terwijl hij zichzelf daarna afzijdig zou hebben gehouden. Van die hypothese werd afgestapt omdat de verklaringen die Nigel aflegde zeer tegenstrijdig waren. Nigel werd van roofmoord beschuldigd en liet daarbij bitter weinig emotie zien. Tot vandaag is er nog geen uitspraak en kan het alle kanten op. Tragisch genoeg werd ­Nigel door Winnie financieel ondersteund om zijn studies af te werken en zijn talenten als atleet verder uit te bouwen. Ze geloofde in hem.
Omdat een naast lid van de familie tot mijn dichte vriendenkring behoort, ben ik sterk aangegrepen door deze tragedie. Wat bezielde de jongeman om de vrouw die zo in hem geloofde brutaal te beroven en te vermoorden? Daarnaast is er de prangende vraag die er maatschappelijk gesproken meer toe doet: is met deze moord nogmaals aangetoond hoe hopeloos Zuid-Afrika eraan toe is?
Ik denk van niet. Ja, Zuid-Afrika kent veel problemen en crimineel geweld staat daarbij voorop. Met een president die de familienaam Trump zou dragen mocht hij Amerikaan zijn, gaat het land niet de goeie kant op. Tientallen jaren van apartheid wis je niet zomaar uit. Om een samenleving ten gronde te veranderen zijn, behalve een goeie politieke structuur, ook charismatische leidersfiguren nodig. Zonder Desmond Tutu en Nelson Mandela zou het land vrijwel zeker in een gewelddadige burgeroorlog verzeild geraakt zijn. Door hun toedoen werd een waarheidscommissie aangesteld om een paar donkerzwarte bladzijden uit de periode van de apartheid om te slaan. Helaas heeft die periode geen navolging gekregen. Zuid-Afrika kent grote problemen en het ANC van Zuma kan zelfs niet met de schijn van een oplossing voor de dag komen.
Treinrit derde klasse
Indien de politiek vandaag geen antwoorden heeft, dan biedt de literatuur misschien soelaas. De hypothese dat de moord op Winnie de mislukking van de regenboognatie aantoont, wordt immers het meest tegengesproken door het werk van Winnie zelf. Ze is pas op latere leeftijd beginnen te schrijven en haar werk bestaat uit fijngevoelige verhalen over mensen die ze, ingebed in hun lokale context, op de voorgrond plaatst. Toen ik een paar jaar geleden in een antiekwinkel in Stellenbosch was, zag ik hoe een blanke vrouw er haar oudere zwarte dienster leerde schrijven. Ook daar, in dat achterkamertje, gebeurde Zuid-Afrika. Die ontroerende scène had zomaar uit een boek van Winnie Rust kunnen komen, bijvoorbeeld ­Martha. ’n Verhaal oor Martha Solomons, countess of Stamford.
Dit boek beschrijft hoe Harry Grey, een gewezen priester uit de Britse adelstand, een zwarte vrouw ontmoet, Martha Solomons, die als dochter van een vrijgestelde slaaf met Harry huwt en daardoor als eerste zwarte vrouw een Britse titel verwerft. Een van de vele interessante feiten is dat wanneer de Britse Queen op bezoek komt Martha nog een treinticket voor de derde klasse moet vragen, want, had antie Clara gezegd: jy moet onthou om derde klas te vra, Martha, onse mense mag niet ’n ander klas reis nie. Maar helemaal aan het eind van het verhaal is sy nie meer Martha met die kopdoek en die kaalvoet vir wie die Ingelsman agter glas sê om derdeklas te reis nie. Pas dan beseft ze ook hoe baie geld zo’n treinticket wel kost en hoe haar situatie ten gronde is veranderd.
Uitzicht op beter leven
Winnie’s verhalen alleen zullen Zuid-Afrika er niet bovenop helpen, maar toch. In Zuid-Afrika hangt alles samen: de problemen zijn immens, maar tegelijk is dit land niet bereid om zich zomaar te gronde te richten. Daarvoor is er te veel wilskracht om er iets van te maken en niet ten onder te gaan aan de cynische toon die velen na de moord op vrouwen als Winnie aanslaan. Ook het boek Martha leest als het verhaal van iemand met een enorme innerlijke kracht die, tegen alles en iedereen in, toch staat waar ze wou staan. Want ook dat is Zuid-Afrika: ondanks de overheid en het geweld, toch vooruit proberen te raken.
Winnie’s verhalen moeten blijven verteld worden, keer op keer. Zoals inMartha zelf te lezen staat: Dis ’n ­storie wat mens niet onaangeraak laat nie. Dis ’n storie wat vertel moet word. Maar alleen als er morgen opnieuw politieke leiders opstaan die het landsbelang boven dat van hun portefeuille stellen, bestaat de kans dat ook zwarte kinderen van vandaag haar werk leren kennen. Dan zullen ze, naast de verslagen in de krant over die vreselijke moord op haar, ook kunnen lezen hoe belangrijk het sociale weefsel is om als individu, zwart of blank, niet in de goot te blijven zitten.
Natuurlijk is er veel meer nodig dan literatuur alleen. De townships zijn er, het geweld blijft ongemeen sterk aanwezig en opklimmen op de sociale ladder blijft voor zwarten veel te afhankelijk van mensen als Winnie Rust, mensen die zich bekommeren om het lot van één jongen. Er zijn miljoenen van zulke jongens. Het beleid van Zuma schiet schromelijk tekort. De massa paupers heeft geen uitzicht op een beter leven. Ook hiervoor geldt hetzelfde motto: Dis ’n storie wat vertel moet word.

No comments:

Post a Comment