Column in De Standaard 30/01/17: Of folteren werkt, is niet de vraag

Of folteren werkt, is niet de vraag

‘Ten slotte zijn er nog de ethische bezwaren.’ Zo eindigde de factcheck die deze krant wijdde aan de vraag of waterboarding werkt (DS 27 januari) . Werkt waterboarding? Werkt martelen? Die misplaatste vragen illustreren het belang van filosofie en van wat Jacques Derrida heeft omschreven als ‘de vraag naar de vraag’. Daarmee bedoelt hij dat het bevragen van een vraag soms even belangrijk is als het zoeken naar een antwoord. De kwestie is ­namelijk niet of waterboarding werkt. Als je iemand de strot dichtknijpt, dan werkt dat. En als je een kind misbruikt om het een levenslang trauma te bezorgen, dan werkt dat. Helaas. Maar de werkzaamheid van iets legitimeert nooit het gebruik ervan.
De vraag of waterboarding werkt, leidt af van wat er echt toe doet: is folteren toegestaan in een democratie? De vraag is klassiek in ethiek-onderwijs: mag je schade toebrengen aan iemand om veel grotere schade bij anderen te voorkomen? Een lastige vraag, maar daar houdt het bij waterboarding niet op. Als je iemand foltert, is de rechtstreekse link tussen geweld toedienen en nog groter geweld vermijden niet aanwezig. Hoe kun je ooit zeker weten of je de juiste persoon te pakken hebt? Hoe weet je zeker of iemand informatie achterhoudt? Vervolgens: is folteren de enige methode om aan informatie te raken en kun je het gevaar wel afwenden met de informatie die je eventueel via foltering kunt achterhalen? Tot slot: is er ooit één aanslag vermeden doordat via waterboarding cruciale informatie werd verworven? Dat zijn enkele van de vele vragen die ertoe doen en die wijzen op structurele onzekerheden.
Boven op het feit dat er voldoende ­andere methoden bestaan om aan informatie te raken, is waterboarding een intrinsiek verwerpelijke praktijk. We spreken niet over iemand oppakken en die ondervragen, maar over bruut staats­geweld: het simuleren van de verdrinkingsdood. Wil een democratische staat zich onderscheiden van een schurkenstaat, dan ligt daar de lijn die hij niet mag overschrijden. Folteren is een brutale schending van de persoonlijke integriteit die nooit met zekerheid enig resultaat oplevert. Zelfs al kun je er eventueel andere schade mee vermijden, er is geen zinnig argument te bedenken waarom we het zouden toestaan, niet fysiek, niet psychisch.
Mag je schade toebrengen aan iemand om veel grotere schade bij anderen te voorkomen?
Sinds 9/11 hangt er een mythe rond folteren. Alsof het doelmatig en noodzakelijk is om geweld te vermijden, of dat het nodig is omdat terroristen ook almaar driester te werk gaan. Daar klopt niets van, maar in een gemiddelde Amerikaanse film of serie komt folteren vaak voor. Onwillekeurig treedt bij het grote publiek dan een soort gewenning of acceptatie op, of gaat het idee leven dat folteren inderdaad werkt. In de jarenlang uitgezonden serie 24 ging er geen aflevering voorbij of er werd gemarteld en gefolterd, en altijd werd het voorgesteld als effectief: als ze mensen maar lang genoeg pijn deden, dan verkregen ze altijd de informatie die ze nodig hadden om op het nippertje die ene aanslag te vermijden. Het hoofdpersonage, Jack Bauer, kwam er altijd mee weg.
Natuurlijk is dat in realiteit niet het geval. Maar nogmaals, van sommige zaken vraag je je niet af of het werkt. Beeld je eens in dat verkrachting ‘werkt’ om informatie te verkrijgen. Daar kun je toch alleen maar van huiveren? Ik pleit er vooral niet voor om terroristen te behandelen als doetjes, maar in onze omgang met geweld moeten we intelligentie, behoedzaamheid en luciditeit aan de dag leggen. Dat is het minste wat je van een democratie mag verwachten. Zelfs al zou folteren efficiënt zijn, het blijft een absoluut laakbare praktijk die niet te rechtvaardigen valt.
Trouwens, de dag dat een politieke ideologie zich bezighoudt met de techniciteit van haar geweld, wordt ze pas echt gevaarlijk. Dan dreigt ze uit te glijden in klein of groot geweld. Ik zal geen historische vergelijking maken, omdat de dingen nooit helemaal hetzelfde zijn, maar uit onze politieke geschiedenis blijkt telkens weer dat regimes die veel energie stoppen in de vraag hoe ze staatsgeweld kunnen legitimeren, zich op een morele en politieke glijbaan begeven.
We mogen niet alleen naar ethiek kijken om ons te kanten tegen folteren. Een democratische rechtsstaat moet in principe voldoende bescherming bieden tegen staatsgeweld, tenzij die staat natuurlijk het verlengstuk is geworden van iemands seksuele grijpreflex. Maar eerder dan zelf geweld te prediken en voor de camera op erectomane wijze hand­tekeningen te plaatsen, moet een president zich afvragen hoe hij de democratie tegen geweld kan beschermen. Dat vereist geduld, reflectie en overleg, kortom democratie. Daadkracht zonder denkvermogen is het ergste wat een samen­leving kan overkomen. Het politieke belang van ‘de vraag naar de vraag’ is daarom nog nooit zo urgent geweest als vandaag.

Comments

Popular posts from this blog

debatten en interviews over Het Empathisch teveel

Hopen uit uitsterven: column in de Standaard van 06/06/2017