Twijfel als middel tegen absolute aanspraken
Ik werd vermeld in een stuk van Maarten Boudry en kon een korte repliek schrijven. Ik snap hoegenaamd niet waarom hij me in zijn stuk vermeldt.
Zie hier de link naar mijn tekst waarin hij me 'een tersluikse poging tot morele superioriteit' verwijt. Ik ben zeer benieuwd hoe je dat uit mijn tekst kan afleiden. Alle suggesties welkom
Hieronder mijn repliek:
In ‘Stop je hand niet in andermans boezem’
(DS 25 november) verwijt Maarten Boudry een aantal mensen – hij noemt ze
‘wij-bakkers’ – dat hun zelfkritische houding het excuus is om de eigen morele
goedheid tersluiks te verdedigen. Dat een tekst van mij wordt aangehaald,
verbaast me. Ik daag de auteur uit om een passage aan te halen waarin mijn
tersluikse poging tot morele superioriteit zou te lezen zijn. Boudry mag ook
verduidelijken waarom ik last zou hebben van de ‘tirannie van het berouw’. Mijn
tekst gaat over de vraag: hoe slagen we erin om het draaglijk te vinden dat op
sommige dagen honderden lijken in zee ronddobberen. Ik vind dat ondraaglijk en
niet te rijmen met onze waarden.
Boudry vraagt zich af ‘Steekt Devisch hier
de hand in eigen boezem, of zit hij elders met zijn handen?’. Ik ben een man en
heb dus geen boezem dus zullen mijn handen wel ergens anders zitten. Maar beste
Maarten, dat zijn echt niet jouw zaken.
Even serieus nu. Ik lees steeds vaker dat
de tijd van twijfel voorbij is dat we onze waarden absoluut moeten verdedigen.
Dat lijkt Boudry ook te suggereren: stop met die zelfkastijding en erken dat de
verlichting superieur is. Uiteraard verdedig ik die geniale verlichting ook,
maar we lijken niet meer toe te laten dat het verdedigen van die waarden ook
altijd heeft betekend dat we in staat waren de absolute aanspraken ervan in
twijfel te trekken.
Het is daarom dat elke absolute aanspraak
op waarden in Europa altijd bekritiseerd wordt. De verlichting heeft de
verdienste dat we binnen het westen aan het westen zelf kunnen twijfelen.
Behalve dat we geopolitieke analyse moeten maken en dringend moeten begrijpen
waarom zo verdomd veel mensen het westen haten (Boudry vermeldt terloops het
kolonialisme, alsof het een detail was), moeten we vooral dat aspect van de
verlichting cultiveren.
Het laatste wat we nu moeten doen, is ‘onze
waarden’ verabsoluteren. Gesteld dat we weten welke die zijn, is de
zelfkritische, ja relativerende kant van de verlichtingstraditie juist nu van
belang. Zodra we absoluut enkele waarden naar voren schuiven, doen we stilaan
hetzelfde als wat we juist sommige religieuze groeperingen toeschrijven. Wel
moeten we de rechtsstaat die de individuele vrijheid en veiligheid garandeert
verdedigen. Die maakt vooral mogelijk dat we aan alles kunnen twijfelen,
kritisch kunnen zijn tegenover religies en onze eigen handen steken waar we die
zelf willen. Waarden waar we best trots mogen op zijn.
Comments
Post a Comment