De obsessie met de perfecte gezondheid (DS 010714)


Voor link naar DS, Klik hier

De obsessie met de perfecte gezondheid

IGNAAS DEVISCH
Wie? Hoofddocent medische filoso­fie en ethiek (UGent) Auteur van ‘Ziek van Gezondheid’ (De Bezige Bij, 2013)
Ongezonde keuzes zijn veel makkelijker te maken dan de gezonde, en dat probleem los je niet op met meer pillen
Over medicijnen valt veel te vertellen: van het klinische niveau (werken ze) over het economische luik (zijn ze betaalbaar) tot het existentiële vlak (waarom nemen we ze). Vooral die laatste vraag is pertinent na het pleidooi van een aantal experts om preventief meer cholesterolverlagers voor te schrijven (DS 30 juni) .
Vooreerst is er een gewijzigde klinische context waar we niet omheen kunnen: de gemiddelde twintigste-eeuwse klinische setting is een vooral klachtgebonden aangelegenheid. Centraal staat het individuele initiatief nadat iemand een medische klacht ‘aan den lijve’ heeft ondervonden. We zijn gezond tot het tegendeel is bewezen en ziekte is de afwezigheid van gezondheid. Het voordeel van dat paradigma is tegelijk het nadeel: we maken ons geen zorgen en dus is de levenskwaliteit goed – minder onrust – maar soms hadden we ons beter zorgen gemaakt en dus gaan we af en toe dood aan te bestrijden ziektes.
Sinds enkele decennia wordt gezondheid niet alleen omgeven door het genezen van een symptoom, maar ook door voorspellende indicatoren, zoals cholesterol of BMI. De kwestie is daarom niet langer alleen of we nu ziek zijn maar ook of we het kunnen worden. Preventie neemt toe en dus gaat uiteindelijk het debat over cholesterolverlagers over de vraag: is dit een goeie vorm van preventie of niet?
Van preventie naar overconsumptie
In het preventieparadigma zijn de rollen omgedraaid. Niet gezondheid staat voorop, maar het uitblijven ervan (ziekte). Soms zijn we daarom bepaalde problemen te vlug af (preventie) maar tegelijk zijn er zware neveneffecten: we slikken wansmakelijk veel medicijnen. Die ‘farmacologisering’ zorgt samen met overdiagnose voor gezondheidsrisico’s en economische problemen: er is een bepaald kantelpunt waarop goede preventie omslaat in overconsumptie en de kosten groter worden dan de baten. De gedachte dat je zou kunnen ziek worden, doet de levenskwaliteit aanzienlijk dalen – angst, depressie.
Kortom, doen we er goed aan pillen zoals cholesterolverlagers te nemen om problemen te voorkomen, of brengt dit meer/weer andere problemen met zich mee? Met ‘goed’ bedoelen we onder meer kosteneffectief, gezond, nodig. Scherper gesteld: waarom zouden we nog massaler dan nu die medicijnen moeten gebruiken?
Het belang van een goede gezondheid is toegenomen, omdat we ongezonder leven én omdat we steeds meer een perfecte gezondheid najagen als onderdeel van een geslaagd en autonoom leven. Een ongezonde leefstijl is het resultaat van een hele maatschappelijke organisatie: arbeid, huisvesting, voedsel, alles staat in functie van ongezond en goedkoop voedsel terwijl we steeds minder dagelijks bewegen – we zijn vooral ‘schermwerkers’. De ongezonde keuzes zijn veel makkelijker te maken dan de gezonde, en dat probleem los je echt niet op met meer medicijnen.
Vervolgens, en vaak als tegenreactie op een ongezonde samenleving, zie je steeds meer mensen die op maniakaal met hun gezondheid bezig zijn. Ze sporten obsessief, controleren elke hap, durven geen alcohol of koffie te drinken en lopen van test 1 naar onderzoek 2 om uit te sluiten dat ze een probleem hebben, met als apotheose een (peperdure en ineffectieve) total body scan.
Het leven obsessief in functie stellen van gezondheid is natuurlijk een van de beste methoden om ziek te worden, gaande van echte gezondheidsobsessie, over nevenwerkingen van medicijnen tot allerlei psychische problemen. Bovenal jaagt men een ideaal na – de ‘perfecte gezondheid’ – dat onbereikbaar blijft waardoor men altijd een beetje ziek is en steeds meer medicijnen nodig heeft.
Met deze discussie komt daarom een hardnekkige paradox aan de oppervlakte waarmee de gezondheidszorg worstelt: zij die we moeten bereiken, blijven Oost-Indisch doof en zij die er al te veel mee bezig zijn, kloppen nog harder aan de deur van het ziekenhuis. Door bepaalde medicijnen nog massaler voor te schrijven, slaan we daarom tweemaal de bal mis: mensen met een ongezonde leefstijl krijgen verkeerdelijk de illusie dat medicijnen hen gezonder maken terwijl ze vooral anders moeten leven; zij die al ‘te gezond zijn’ moeten vooral niet nog meer medicijnen nemen, maar eerder eens een (één) goed glas wijn drinken. Daarnaast zijn er veel mensen die medicijnen nodig hebben, maar dan liefst alleen als ze ziek zijn en er geen andere zaken meer helpen.

Comments

Popular posts from this blog

debatten en interviews over Het Empathisch teveel

Hopen uit uitsterven: column in de Standaard van 06/06/2017