Strenger dan de Wet: opiniestuk in De Standaard, 310114

De striemende reacties op het 'incident'-Meuris leren ons alvast dit: het zijn tijden waarin
we bijzonder hard zijn voor onze medemens. Nog voor de hamer van de rechter is gevallen,
staan we klaar met de schandpaal. Verwachten we niet te veel van de wet, vraagt Ignaas
Devisch.

Valt het u ook op, onze aperte neiging om strenger te zijn dan de wet? We houden er een hard
oordeel op na voor de medemens. En we veroordelen zeer snel iemand die iets 'zou hebben
gedaan'. Mensen worden 'geschandpaald' nog voor een rechter zich erover uitspreekt; en via
beelden die razendsnel circuleren op het net slaat het oordeel meestal onmiddellijk en collectief
hard toe, met de morele verontwaardiging als glijmiddel.
Stijn Meuris mocht het deze week ook ondervinden: nadat hij iemand had aangesproken op
onbetamelijk gedrag in de trein, had een student journalistiek er niets beters op gevonden dit te
melden aan enkele krantenredacties en de scène ook te filmen en te laten circuleren op het net.
Gevolg: scheldtirades aan het adres van de betrokkene, in een schimmig veld van oordelen en
veroordelen, uiteraard niet gehinderd door kennis van de feiten. Ondertussen reageerde de
betrokkene om een en ander in perspectief te plaatsen, maar hij zal zich deze week vast nog lang
heugen.
Dezelfde tendens tot oordelen en veroordelen, zien we als het gaat over wie steun geniet. Zelfs
als de wet gewoon wordt toegepast, is er blijkbaar toch iets mis: steeds meer eisen we
verantwoording waarom iemand die steun verdient. En we zoeken naar nieuwe woorden om ze te
omschrijven. Zo worden werklozen bijstandgenieters, ontvangers van subsidies zijn profiteurs, en
elke dag vinden we een nieuwe categorie uit: 'verwijtbaar werkloos' is de laatste die ik las (echt
waar).
Onze verhouding tot de wet - wat kan en wat is verboden - is getroubleerd. Zelfs als het kan, is het
niet goed, en is het verboden, dan lijkt de straf nooit te volstaan. De hele vraag luidt natuurlijk: waar komt dit vandaan? Laat ik een poging tot analyse naar voren schuiven, een schuchtere poging, want dit is complexe materie, zij het van een urgente aard.

Verboden te verbieden en omgekeerd
De Franse filosoof Georges Bataille, vooral bekend en berucht tijdens de jaren '50 en '60 van de
vorige eeuw, hield er een interessante hypothese op na. De 'transgressie van de wet', zo stelde
hij, leidt tot niets anders dan een bevestiging van de wet. In een vrijere bewoording betekent dit
dat we juist door de wet te overtreden (transgressie) die wet niet zozeer hebben afgeschaft, maar
hem des te sterker hebben bevestigd.

Het abstracte inzicht van Bataille is lucide; denk maar aan hoe kinderen zich tot hun ouders
verhouden: eerst komen ze in opstand tegen hun gezag om, eens volwassen, het gezag - de wet -
zelf weer in te voeren. Wanneer we dit inzicht toepassen op mei '68 wordt het pas interessant.
Veelsoixante-huitards die toen de straat opliepen met slogans als 'verboden te verbieden' of 'weg
met alle taboes', hebben zich inmiddels bekeerd tot rechtse politieke stromingen, waarbij ze actief
bepleiten dat de tijd van tolerantie, toegeeflijkheid en linkse politieke correctheid eindelijk voorbij
moet zijn. Zelfs al hebben niet alle linkse rakkers van toen die overstap gemaakt, het valt wel op
dat de culturele poging van mei '68 om de wet af te schaffen, is uitgedraaid op het tegendeel.
Als we even met Batailles inzicht aan de haal gaan, brengt de volgende analyse misschien een
stukje opheldering. Als we de jaren zestig bekijken, dan gaat het inderdaad om een poging om de
wet te overtreden, in de zin van 'te buiten gaan': doen wat niet mag, wetten afschaffen of
oprekken. Ik zou dit willen omschrijven als een systematische poging om voorbij de wet te gaan of
deze zelfs af te schaffen.
In onze samenleving vandaag lijkt eerder het omgekeerde aan de gang. We willen ook 'verder
gaan dan de wet' maar door nog dichter bij de wet te staan en zelf (strenger dan) de wet te zijn. In
de jaren '60 percipieerde de hoofdstroom van de samenleving de wet als te sterk, vandaag eerder
als te zwak. De politieke en maatschappelijke stromingen die vandaag dominant zijn, doen niet
alleen veel moeite om duidelijk te maken dat de wet strikt moet worden toegepast; de wet en de
straf zelf lijken ook nooit te volstaan, het moet steeds meer zijn. Vraag aan een willekeurige groep
mensen wie voorstander is van strengere en langere straffen en de kans is bijzonder groot dat de
meerderheid zich akkoord verklaart. Het contrast met de jaren '60 kan niet groter zijn, althans zo
lijkt het.

Wij en de wet
Wat het inzicht van Bataille ons zou kunnen bijbrengen, is dat wat we vandaag meemaken bijna
analoog is - althans in de vorm gelijk - aan wat we in de jaren '60 hebben geprobeerd: nu willen
we de wet te buiten gaan en afschaffen in een soort averechtse rebellie, door de straffen nog
harder te maken dan de wet voorschrijft of zelf te straffen als er geen wet voorhanden is.
Waarom gedragen we ons zo? Misschien verwachten we te veel van de wet? Terwijl in mei '68
wetten niets goeds voortbrachten, lijkt het alsof vandaag alle goeds daar vandaan moet komen.

Hoe meer wet hoe liever?
Nochtans, wetten zijn er om kaders tot samenleven te scheppen, niets minder, maar vooral niets
meer. De moraal - hoe we willen samenleven - komt nooit tot stand door de wet te willen
vervangen, maar door ons tegenover die wet te verhouden. Telkens als we denken dat de moraal
zonder die verhouding tot stand kan komen, glijden we uit over onze goeie bedoelingen. Dat heeft die dekselse Bataille goed gezien.

Comments

Popular posts from this blog

debatten en interviews over Het Empathisch teveel

Hopen uit uitsterven: column in de Standaard van 06/06/2017