Meten om te weten? Medische overconsumptie in ons land (De Morgen, 050813).

Dit is de integrale versie (de redactie van de Morgen schrapte, zonder toestemming, in mijn tekst, waardoor de cruciale uitleg over Baudrillard verloren ging):  versie van de morgen

Zeer interessant dossier afgelopen weekend: over de forse toename van het aantal CT-scans, de kosten en de risico’s die eraan verbonden zijn. Blijft nu nog over, een zeer belangrijke vraag: hoe om te gaan met deze zoveelste illustratie van medicalisering en medische overconsumptie?
Aangezien heel wat aspecten van ons leven gemedicaliseerd worden, verschijnen er navenant veel analyses van dit kennelijk aanhoudende proces: van onze emoties en bepaalde levensfasen over onze seksualiteit tot onze mentale gezondheid. Het begrip ‘medicalisering’ wordt daarbij naar voren geschoven als de synthese van een sociale kritiek op maatschappelijke ontwikkelingen. Sinds Ivan Illich in de jaren ’70 zijn kritiek op het medische establishment publiceerde in Limits to Medicine, is medicalisering een sleutelconcept voor sociale kritiek geworden. De toename van de medische kijk op het dagelijkse leven werd synoniem voor een perverse ontwikkeling in de westerse gezondheidszorg die, zoals Illich aantoonde, eerder een bedreiging voor de gezondheid zou vormen dan ze mensen geneest. Sindsdien wordt de term vaak gebruikt als een kritiek op onderdrukking van patiënten door het medische establishment (Big Pharma, het Systeem).
Niettemin, sinds Illich de geneeskunde bekritiseerde, is de wereld grondig veranderd en de gezondheidszorg eveneens. Als medicalisering een revolutionair verzet symboliseerde tegen het voortgaande machtsmisbruik van een medisch systeem op passieve gemedicaliseerde patiënten, dan lijkt vandaag het omgekeerde het geval: eerder dan het systeem omver te werpen, lijken we het van binnen uit te hollen en consumeren we het stilaan kapot.
De Franse socioloog Jean Baudrillard omschreef dit soort van processen als ‘implosie’  - in onderscheid met het revolutionaire ‘explosie’. Zijn analyse kan helpen om de huidige evolutie te begrijpen. Vele mensen in ons land zijn (ten onrechte?) niet bezig met stakingen tegen de kapitalistische maatschappij omdat ze worden gedwongen te consumeren, maar eerder omdat ze vinden eveneens het recht te hebben op luxe en consumptie en ze de middelen opeisen om eraan te participeren. Bij wijze van boutade: we staan niet te drummen in betogingen tegen het schandaal van alweer een nieuwe iPad; eerder schuiven we mee aan in de winkelrij om als eerste de nieuwste versie te bemachtigen.
Deze gang van zaken vinden we ook terug in de hedendaagse gezondheidszorg. Op gezondheidszorg wordt een beroep gedaan vanuit allerlei individuele wensen en verlangens. Daardoor vertrekken vele medische transacties niet van een ziekte, dan wel vanuit een verlangen om iemand te zijn en daartoe medische middelen aan te wenden.  Sommigen spreken in dit kader van ‘wensvervullende geneeskunde’: geneeskunde als het forum waarop we ons een ‘ideaal zelf’ denken te kunnen bijeen kopen.  Gezondheidszorg is niet langer een zaak van patiënten alleen, maar ook en steeds meer, van consumenten.
Daarbovenop – en specifieker wat de scans betreft – is er een opmerkelijke verschuiving aan de gang. We komen van een situatie waarbij we altijd gezond waren tot het tegendeel was bewezen. Vandaag is het omgekeerde het geval: juist doordat we op zoek gaan naar de perfecte gezondheid, zijn we steeds meer ziek. Immers, wie vertrekt vanuit de vraag ‘ben ik wel gezond?’ zal altijd geld en tijd tekort komen om die vraag te beantwoorden. Gevolg? We laten ons steeds meer onderzoeken, met steeds meer verfijnde apparaten, om toch maar – tegen beter weten in? – zekerheid te kunnen verwerven over onze gezondheid. Denk maar aan de vraag naar ‘total body scans’: velen stappen de gezondheidszorg binnen met de wens om volledig te worden onderzocht en dus uit te sluiten dat ze ziek zijn.
Vandaag spreken we bijgevolg over veel meer dan alleen maar ziekte en gezondheid en dat kost handenvol geld en het brengt risico’s met zich mee; blijft ook de vraag of elke afwijking door een apparaat gemeten, als een bedreigende abnormaliteit moet worden beschouwd? We meten om te weten maar hebben we kennis wel nodig?
Dit, en zoveel zaken meer, moeten we in rekening brengen wanneer we dit debat voeren. Dat daarnaast nog allerlei andere invloeden van groot belang blijven, is duidelijk: de invloed van Big Pharma blijft ongezond groot, evenals de soms grote verstrengeling tussen de medische wetenschap en de medische industrie, etc. (ik bespreek dit samen met anderen uitvoeriger in het boek Ziek van gezondheid, verschijnt in oktober bij de Bezige Bij). Dat we bezig zijn met onze gezondheid is goed en nodig – we hebben immers veel problemen en er is veel meer preventie nodig. Maar dat we steeds meer een illusoire gezondheid najagen, is meer dan een vervelende bijkomstigheid: het maakt het systeem genaamd gezondheidszorg stilaan onbetaalbaar.
Tot slot: heel opvallend aan dit debat is dat het blijkbaar niet wordt gevoerd in termen van schuld of solidariteit. Dat is bij andere discussies duidelijk wel het geval. Denk maar aan de vele debatten over de zogenaamde ‘leefstijlziektes’: indien de vraag wordt gesteld of de roker zelf voor de kosten moet opdraaien of de obese patiënt zelf schuld heeft aan overgewicht, dan komen velen termen te kort om naar het falende en onverantwoordelijke individu te wijzen.
Indien echter actieve en goed geïnformeerde individuen erin slagen hun gezondheid te kopen die ze verkiezen, omdat ze daartoe het recht opeisen en alle wegen bewandelen die ze kennen, dan duikt de term solidariteit veel minder op of blijft de morele verontwaardiging afwezig; terwijl het in wezen om dezelfde vraag gaat: indien ik mij te weinig dan wel te veel verzorg, het kost handenvol geld. En we worden er zeker niet altijd beter van.

Ignaas Devisch (Professor medische filosofie en ethiek, Universiteit Gent, Arteveldehogeschool)

Comments

Popular posts from this blog

debatten en interviews over Het Empathisch teveel

Hopen uit uitsterven: column in de Standaard van 06/06/2017